Tekstgrootte A A A

Niertransplantatie of dialyse?

Niertransplantatie heeft vaak de voorkeur boven dialyse. Met dialyse kan 10 tot 20 procent van de nierfunctie gehaald worden. Na een transplantatie is de nierfunctie vaak 50 procent. Dat zorgt voor een sterk verbeterde gezondheid. Niertransplantatie zorgt ook voor een betere kwaliteit van leven dan dialyse. U bent niet meer gebonden aan dialysemomenten. De meeste nierpatiënten voelen zich na transplantatie energieker. Zij kunnen hun dagelijkse activiteiten makkelijker weer oppakken. Ook neemt de levensverwachting meestal toe na niertransplantatie. Kortom: het leven biedt u na transplantatie dus veel meer mogelijkheden.

Transplantatie voor dialyse

U kunt al getransplanteerd worden voordat u begint met dialyseren. Dit heet pre-emptieve transplantatie. Transplantatie is al een optie wanneer uw nieren nog net voldoende functioneren en u nog geen nierfunctievervangende therapie nodig heeft (pre-terminale nierinsufficiëntie). Dialyseren heeft negatieve gevolgen, dus die kunt u voorkomen door een vroege transplantatie.
Wilt u een niertransplantatie voordat u begint met dialyse? Dan is het belangrijk dat u op zoek gaat naar een levende donor. De wachtlijst voor een nier van een overleden donor is namelijk lang. Met een nier van een levende donor kunt u sneller geholpen worden. Uw vooruitzichten voor de toekomst zijn daardoor beter.

Lees verder over nierdonatie bij leven

Transplantatie na dialyse

Ook als u al bezig bent met dialyse en op de wachtlijst staat voor een nier, kunt u nadenken over transplantatie met een nier van een levende donor. U kunt in uw familie- of kennissenkring op zoek gaan naar een levende donor. Mocht u iemand vinden die interesse heeft om te doneren bij leven, dan kunt u met uw donor langskomen in het ziekenhuis. Uw donor krijgt dan meer informatie over levende donatie en kan rustig over deze informatie nadenken. Uw donor mag natuurlijk ook alleen komen, als diegene dat liever wil.

Medicijnen en bijwerkingen

Een niertransplantatie heeft positieve invloed op uw verdere leven. Maar er zijn ook wat nadelen. U moet na een niertransplantatie medicijnen gebruiken. Deze medicijnen zorgen ervoor dat uw lichaam de getransplanteerde nier niet afstoot. Deze geneesmiddelen zult u de rest van uw leven moeten blijven gebruiken. De medicatie remt de afweerreactie van het lichaam. Dit betekent dat u ook vatbaarder bent voor infecties. Deze medicijnen geven een verhoogde kans op hart- en vaatziekten en kans op kanker (vooral huidkanker). Ook kunt u last krijgen van bijwerkingen. Deze bijwerkingen verschillen per medicijn.

Geschiktheid voor transplantatie

In uw eigen ziekenhuis kunt u met uw arts bespreken of u in aanmerking komt voor een niertransplantatie. Aan de hand van uw gezondheid wordt bepaald of transplantatie voor u de beste keuze is. U moet natuurlijk in staat zijn om een operatie te doorstaan. En om bepaalde medicijnen te gebruiken. Medicijnen om afstoting van de nieuwe nier te voorkomen. We bekijken of er lichamelijke of psychische aandoeningen zijn die een belemmering vormen voor transplantatie. Wanneer blijkt dat u een transplantatie kunt ondergaan, kunt u eventueel met een levende donor langskomen.

Bekijk de zorggids niertransplantatie