Tekstgrootte A A A
passage

Mozaiek III studie afgerond: Tacrolimus kan beter worden afgestemd na niertransplantatie

marith-franckeMarith Francke is onderzoeker in opleiding en medisch student in het Erasmus MC. Tijdens haar studie komt ze erachter dat onderzoek doen haar interesse heeft. “Het is mooi dat je tijdens onderzoek iets nieuws kan bedenken en ervan leert op een andere manier naar iets te kijken”. Maar ze wil naast onderzoek doen ook graag haar artsendiploma halen.

Zij heeft onlangs, samen met Dennis Hesselink, internist-nefroloog en Brenda de Winter, ziekenhuis apotheker, de Mozaiek III studie afgerond. Ze heeft een artikel over de uitkomsten geschreven en hoopt dat dit binnenkort in een medisch-wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd wordt. Het doel van de Mozaiek III studie is om te kijken of er met meer persoonlijke factoren de Tacrolimus dosering beter afgestemd kan worden op de patiënt. Tacrolimus is een medicijn dat een niertransplantatie patiënt na de transplantatie krijgt om afstoting te voorkomen, in combinatie met nog andere medicatie. “Vaak zien we dat bij mensen die na de transplantatie Tacrolimus krijgen de medicatiespiegel in het bloed of te hoog of te laag is. Als dit zo is, dan moet de dosering  worden bijgesteld.” Op dit moment wordt de hoeveelheid medicatie op basis van lichaamsgewicht gegeven. “Dus hoe zwaarder een patiënt, hoe meer Tacrolimus hij krijgt. Dit blijkt niet altijd een goede voorspeller te zijn. Te veel of juist te weinig Tacrolimus kan bijwerkingen geven. Zo kun je van een teveel medicatie bijvoorbeeld een hoge bloeddruk of diabetes krijgen, maar van te weinig juist afstotingsverschijnselen. Het is dus belangrijk dat we de hoeveelheid Tacrolimus zo goed mogelijk afstemmen op de patiënt.”

Andere factoren

In deze studie hebben Francke en haar collega’s andere factoren meegenomen in het bepalen van de hoeveelheid Tacrolimus die een patiënt nodig heeft. “Wij hebben in de Mozaiek III studie niet met lichaamsgewicht gewerkt, maar met leeftijd, lichaamsoppervlak en genotypering.” Leeftijd kan belangrijk zijn voor de dosering van medicatie, omdat een ouder iemand de medicatie langzamer verwerkt, en daarom hebben zij vaak minder medicatie nodig om de gewenste medicatiespiegel in het bloed te bereiken. Lichaamsoppervlakte zegt meer over de samenstelling van je lichaam dan alleen gewicht. Je kan bijvoorbeeld heel lang en zwaar zijn maar ook klein en zwaar, dan heb je toch minder lichaamsoppervlakte en heb je mogelijk minder medicatie nodig bij hetzelfde gewicht. Tenslotte heb je ook nog de genotypering. Het is gebleken dat bepaalde genen ervoor zorgen dat Tacrolimus sneller of langzamer door je lichaam wordt afgebroken. Door middel van een wangslijmuitstrijkje met een wattenstaafje kunnen we die genen in kaart brengen en daarop de hoeveelheid tacrolimus die een patiënt krijgt aanpassen.”

Zo zijn er dus 3 factoren die hopelijk een beter beeld geven van de hoeveelheid Tacrolimus die iemand nodig heeft om de juiste hoeveelheid medicatie in het bloed te krijgen.

Er hebben 60 mensen met een levende donor meegedaan aan deze studie. Een levende donor was belangrijk voor de timing, want deze operaties worden van tevoren gepland. “We konden daardoor vlak voor de operatie de eerder genoemde gegevens van de personen verzamelen en op basis daarvan de hoeveelheid Tacrolimus uitrekenen die die persoon nodig heeft.” In de toekomst kan deze methode ook voor patiënten worden gebruikt die op de wachtlijst staan voor een nier van een overleden donor.

Resultaat studie

Het resultaat is dat we kunnen zeggen dat de studie geslaagd is. Wat blijkt? Met alleen lichaamsgewicht om de Tacrolimus dosering te berekenen had 37.4% van de patiënten direct de juiste hoeveelheid medicatie in het bloed kort na transplantatie. Met het gebruik van de 3 factoren van deze studie om de Tacrolimus dosering te berekenen, had 58% van de patiënten direct de juiste hoeveelheid Tacrolimus in het bloed.

Voordat we de resultaten van deze studie kunnen gaan gebruiken, is meer onderzoek bij nog meer mensen nodig. Ook willen we nog weten welke andere factoren kunnen meespelen in het bepalen van de juiste dosering, zoals vetpercentage en de samenstelling van de darmflora. Daarnaast gaan we samenwerken met Spanje en België om nog meer data te verzamelen. “ Maar het model zoals we nu gebruikt hebben werkt goed en dat is een goede basis om mee verder te werken.”

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

*