Tekstgrootte A A A

In gesprek met professor IJzermans

In de jaren tachtig was er veel media-aandacht voor transplantatiechirurgie. Het was als het ware een hype; men zag een toekomst waarbij alles oplosbaar was’ zegt prof. dr Jan IJzermans. Hij vond het fascinerend dat een orgaan van de een kon functioneren in het lichaam van een ander. Dat, gepaard met de technische uitdaging van transplantatiechirurgie, leidde tot zijn keuze voor een carrière in de transplantatiechirurgie. In 1991 startte hij als transplantatiechirurg in het Erasmus MC. 

Jaren negentig

In de jaren negentig was een transplantatie met een nier van een levende donor  meer de uitzondering, dan de regel. Maar zo nu en dan kwam het voor, dat een familielid zijn nier bij leven wilde doneren. Destijds waren er nog minder goede operatietechnieken beschikbaar en waren de gevolgen voor een donor groter. Donoren herstelden minder snel dan tegenwoordig en konden minder snel het dagelijkse leven oppakken. Toch waren familieleden vaak bereid de operatierisico’s en gevolgen voor lief te nemen.

Vooruitgang in operatietechnieken

Met de komst van kijkoperaties, werd een nierdonatie bij leven stukken veiliger. In 1995 begon men in de Verenigde Staten met deze operatietechniek en in 1998 werd ook in Rotterdam deze techniek ingevoerd. Het Erasmus MC was hiermee de eerste in Nederland die met de techniek aan de slag ging. In vergelijking met een ‘open operatie’ was een kijkoperatie een ingreep met minder risico’s. Zeer positief aan de nieuwe techniek was het snelle herstel van donoren.

Nieuw perspectief

Levende donoren waren vroeger in alle gevallen familie van de nierpatiënt, die bereid waren een risico te nemen. In de loop der jaren werd die familieband minder belangrijk en daarmee breidde de kring van donoren zich uit. Zelfs in die mate, dat de zogenaamde ‘Samaritanen’ hun nier wilde afstaan aan een onbekende. Dit plaatste een transplantatie voor chirurgen in heel ander perspectief. “Het was een gek idee om een gezond persoon te opereren, die helemaal geen baat zou hebben bij zijn daad.”

Samen met psychologen en nefrologen werden ethische dilema’s zorgvuldig overwogen. Uiteindelijk werd besloten om een nierdonatie aan een onbekende toe te staan. Omdat er zeer veel ervaring was opgedaan in het uitvoeren van transplantaties, werden risico’s steeds kleiner en konden risico’s goed worden ingeschat. Mensen die hun nier wilden afstaan aan een onbekende, konden goed worden voorgelicht over de gevolgen van hun liefdadigheid.

Routine

“De transplantatiechirurgie verloopt in het Erasmus MC dermate geroutineerd, dat er geleidelijk steeds meer complexe donoren veilig geopereerd kunnen worden”, vertelt professor Jan IJzermans. Ook leeftijd speelt bijvoorbeeld steeds minder een rol. Onderzoek wijst uit dat ook oudere mensen hun nier kunnen afstaan, zonder daarbij meer risico te lopen (indien zij lichamelijk sterk genoeg zijn om een operatie te kunnen ondergaan). Door de innovatieve technieken is het ook mogelijk om bijvoorbeeld donoren met overgewicht veilig te kunnen opereren of juist donoren met moeilijkere bloedvaten.

Streven naar uitbreiding en kennis

Uitbreidingen in bestaande programma’s ziet de professor vooral op internationaal niveau. Bijvoorbeeld door het cross-overprogramma uit te breiden naar andere landen. In de VS worden nieren tussen ziekenhuizen overgevlogen, zonder dat de kwaliteit van de nier afneemt. Maar ook is het essentieel om processen te blijven verbeteren. Om het verloop van het leven na donatie te kunnen inschatten loopt momenteel bijvoorbeeld een grootschalig onderzoek (de LOVE studie), waarbij alle levende donoren uit de periode van 1981-2010 gevolgd worden. Bij de patiënten wordt de gezondheid, kwaliteit van leven en psychisch welbevinden gemeten. Op die wijze kunnen donoren in de toekomst optimaal voorgelicht worden over lange termijn effecten van een donatie bij leven. Door onderzoek en ervaring komen we steeds meer te weten en kunnen we grenzen verleggen.

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

*