Tekstgrootte A A A
proefschrift-frederike

“Effectievere aanpak van orgaanhandel door meer kennis en begrip”

Op dinsdag 6 juni 2017 promoveert Frederike Ambagtsheer op het onderwerp “Organ Trade”.

Hieronder is een samenvatting te lezen van haar proefschrift.

Samenvatting

Orgaanhandel is het kopen en/of verkopen van organen met een financieel of materieel winstoogmerk. Hoewel orgaanhandel wereldwijd verboden is, laat een toenemend aantal (media) berichten zien dat het in steeds meer landen voorkomt. Er wordt echter relatief weinig wetenschappelijk onderzoek naar orgaanhandel verricht, waardoor er een gebrek aan empirische informatie over dit fenomeen is. Dit proefschrift draagt bij aan het vergroten van de kennis en het verbeteren van het begrip van orgaanhandel. Hierdoor kan mogelijk een effectievere aanpak van het fenomeen worden bewerkstelligd.

Doelstellingen

De doelstellingen zijn als volgt: (1) inzicht verschaffen in het aantal patiënten dat organen koopt en uitleggen waarom, waar, hoe en van wie zij organen koopt. (2) Het beschrijven, begrijpen en verklaren van de ervaringen, houdingen, gedragingen en behoeften van transplantatie professionals die patiënten behandelen vóór en/of nadat zij een orgaan hebben gekocht. (3) De werkwijze van criminele orgaanhandel netwerken in kaart brengen en beschrijven hoe deze netwerken zijn berecht. (4) De mogelijke implicaties van een repressieve, wettelijke aanpak van orgaanhandel beschrijven. (5) Alternatieve strategieën aanbevelen die orgaanhandel mogelijk effectiever kunnen bestrijden of reguleren dan het huidige beleid.

Aantal patienten dat organen heeft gekocht

De eerste doelstelling wordt in hoofdstuk 3 behandeld. Dit hoofdstuk presenteert de resultaten van een systematisch literatuurstudie naar het aantal patiënten dat organen heeft gekocht. Bijna alle patiënten waarvan bekend is dat zij (vermoedelijk) organen gekocht hebben, reisden naar een ander land om deze te kopen en de transplantatie daar te ondergaan. Van de ruim 6000 patiënten waarvan vermeld werd dat zij tussen 1971 en 2013 naar het buitenland reisden voor een niertransplantatie, werd van slechts 1238 (21%) patiënten gerapporteerd dat zij voor de transplantaties betaalden. In de overige gevallen kon niet worden geverifieerd aan wie en/of hoeveel ze betaalden. Wij concluderen dat de literatuur speculatief en anekdotisch is wanneer het over patiënten gaat die nieren kopen en geen volledig beeld geeft van het daadwerkelijk aantal gekochte nieren.

Motivaties en ervaringen van patienten

In het tweede deel van hoofdstuk 3 presenteren wij de motivaties en ervaringen van 22 geïnterviewde patiënten die tussen 2000 en 2009 vanuit Zweden, Macedonië/Kosovo en Nederland naar het buitenland reisden voor betaalde niertransplantaties. Zij reisden naar Pakistan, India, Iran, Rusland, Colombia, China en Irak. Eén van de bevindingen is dat een lange wachttijd en dialyse-gerelateerde complicaties niet altijd de primaire redenen zijn waarom patiënten naar een ander land reizen voor een niertransplantatie. De meerderheid had daarnaast een etnische affiniteit met het bestemmingsland. Patiënten betaalden tussen de €6000 en €45000 voor hun transplantaties. Hoewel er vermoedens bestaan dat niet alle nieren legaal verkregen zijn, blijft de vraag onbeantwoord of de donoren zijn uitgebuit of betaald. Wij kunnen dus niet met zekerheid vaststellen of alle transplantaties illegaal zijn verricht.

Nederlandse transplantatie professionals

Hoofdstuk 4 beschrijft de ervaringen, houdingen, gedragingen en behoeften van Nederlandse transplantatie professionals (TPs) ten aanzien van patiënten die in het buitenland nieren kopen. Wij verzonden hiervoor een enquête aan 546 TPs die door 241 (44%) werd ingevuld. Tussen 2008-2013 behandelden 100 TPs (42%) patiënten die naar een land buiten de Europese Unie reisden voor een niertransplantatie. In 65% van deze gevallen vermoedden TPs dat patiënten de nieren kochten. In 31% van de gevallen rapporteerden de TPs dat ze het zeker wisten. De meesten gaven aan behoefte te hebben aan richtlijnen bij het behandelen van patiënten die vermoedelijk organen gaan kopen. Wij concluderen dat het kopen van nieren door patiënten een doorbreking van het beroepsgeheim door TPs niet legitimeert. De aanpak van orgaanhandel zou zich moeten richten op degenen die donoren en/of patiënten uitbuiten. Wij pleiten daarom voor een meldcode die het mogelijk maakt voor TPs om anoniem vermoedens van orgaanhandel te rapporteren bij politie en justitie, waarbij de bescherming van de identiteit van patiënten gewaarborgd blijft.

Geringe kennis

Vervolgens interviewden wij 41 TPs die in de enquête aangaven patiënten behandeld te hebben waarvan zij vermoedden of zeker wisten dat zij nieren in het buitenland hadden gekocht. De meerderheid van de TPs ontdekte de vermoede koop nadat patiënten terugkeerden uit het buitenland met een geïmplanteerde nier waarvan de herkomst vaag of onbekend was. Eén van de belangrijkste bevindingen was dat de kennis en informatie van TPs over de vermoedelijke nier aankopen gering was omdat hun patiënten niet over de aanschaf wilden vertellen en omdat TPs er liever niet (te veel) over wilden weten. De attituden en gedragingen van de TPs kunnen verklaard worden door een hiërarchie van rechten en plichten, waarin hun beroepsgeheim, hun zorgplicht en het behoud van een goede behandelrelatie met hun patiënten prevaleren.

Werkwijze orgaanhandelaren en berechting

Het onderzoek in hoofdstuk 5 diende een tweeledig doel: ten eerste om de werkwijze van orgaanhandelaren te beschrijven en ten tweede om de ervaringen van politie en justitie met de berechting van deze handelaren in kaart te brengen. Wij onderzochten 3 zaken in 4 landen: de ‘Netcare’ zaak in Zuid-Afrika/Israël, de ‘Medicus’ zaak in Kosovo/Israël en de ‘Rosenbaum’ zaak in Noord-Amerika. Hier verrichtten wij 37 interviews met 49 personen, waaronder politieofficieren, officieren van justitie, beleidsambtenaren, transplantatie professionals en patiënten. Daarnaast verzamelden we documenten zoals wetgeving, tenlasteleggingen, getuigenverklaringen en rechterlijke uitspraken. De netwerken waren goed georganiseerd en gingen geraffineerd te werk. De mate van succes van politie en justitie in de berechting van deze zaken varieerde en was afhankelijk van de beschikbaarheid van het bewijs, de samenwerking met andere landen en de wetgeving.

Aanbevelingen

In hoofdstuk 6 gaan we in op de implicaties van het toenemende, repressieve, wettelijk beleid tegen orgaanhandel en in hoofdstuk 7 presenteren wij aanbevelingen. Hierin doen wij allereerst een voorstel voor een door de overheid gereguleerd systeem waarin nierdonoren financieel gestimuleerd worden voor hun nierdonatie. Ook benadrukken wij dat politie en justitie pro-actiever tegen uitbuiting (mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering) moeten optreden. Tot slot ontwikkelden wij, in samenwerking met de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie, een barrièremodel en indicatorenlijst voor transplantatie professionals, politie, justitie en hulpverleners. De indicatoren dienen om signalering van mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering te bevorderen.

Promotie: 6 juni 2017

Erasmus Universiteit Rotterdam

Promotor:

Prof. dr. W. Weimar

Prof. dr. R. van Swaaningen

Prof. mr. dr. W.L.J.M. Duijst-Heesters

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

*